Invoering nieuwe classificatieapparatuur slachtvarkens



Vanaf 3 oktober 2011 wordt de Hennessy Grading Probe (HGP2) die sinds 1988 in Nederland gebruikt wordt voor de bepaling van het percentage mager vlees van geslachte varkens, niet langer gebruikt. Onderdelen van de HGP2 zijn niet meer leverbaar. Het Productschap Vee en Vlees heeft daarom in samenwerking met BV CBS nieuwe apparatuur laten testen. Op grond van deze testen en een uitsnijproef wordt de HGP2 vervangen door de Capteur Gras/ Maigre (CGM) van het Franse Sydel.

De Europese Unie heeft in 2006 besloten om de wijze waarop het mager vlees percentage wordt berekend aan het passen: de raming van het percentage mager vlees wordt nog alleen gebaseerd op versnijding van de vier belangrijkste deelstukken en niet langer op basis van versnijding van het gehele karkas. Hierdoor wordt het percentage mager vlees nauwkeuriger bepaald. Aangezien de laatste Nederlandse uitsnijproef dateert van 2004/2005 is de huidige formule voor het percentage mager vlees nog gebaseerd op de oude EU systematiek.

De CGM is net zoals de HGP2 een prikpistool dat de spek- en spierdikte meet tussen de derde en vierde rib van achter, 6 centimeter uit de mediaan. De gemeten millimeters spek en spier worden met een formule omgerekend naar een percentage mager vlees. Bij deze uitsnijproef is ook de nieuwe Europese systematiek voor de berekening van het mager vleespercentage gebruikt. De formule die inmiddels door de Europese Unie is geaccepteerd en die vanaf 3 oktober 2011 zal worden gebruikt luidt:

Percentage mager vlees CGM = 66,86 – 0,6549 * spek + 0,0207 * spier

De invoering van de nieuwe classificatieapparatuur leidt tot twee veranderingen.

  1. Het percentage mager vlees zal afhankelijk van het type varken stijgen. Bij magere varkens is het verschil in percentage mager vlees kleiner dan bij vettere varkens, waar het percentage met enkele procenten kan stijgen. Gemiddeld stijgt het percentage mager vlees door deze wijziging in de berekeningssytematiek met 2%.
  2. De gemeten millimeters spek en spier veranderen, omdat andere apparatuur wordt gebruikt. Dit komt doordat de CGM iets anders, maar nauwkeuriger meet dan de HGP2 en daardoor exacter de overgang tussen spek en spier kan bepalen. De spek- en spierdiktes gemeten met de huidige HGP en de nieuwe CGM zijn hierdoor niet één op één vergelijkbaar.
De consequentie van beide veranderingen is dat de spekdikte zoals gemeten met de CGM gemiddeld 1,6 millimeter lager komt te liggen, terwijl de spierdikte gemiddeld 2,5 millimeter hoger zal komen te liggen. Om de vertaalslag te maken van de oude naar de nieuwe situatie kan gebruik gemaakt worden van de volgende formules:

Spekdikte (CGM) = 13,21 + 0,951 * (spekdikte (HGP2) – 14,8)

Spierdikte (CGM) = 66,48 + 0,596 * (spierdikte (HGP2) – 64,9)

Percentage mager vlees (CGM) = 59,92 + 0,729 * (percentage mager vlees (HGP2) – 58,5)

Definitieve besluitvorming over het uitbetalingsadvies van het Productschap Vee en Vlees vindt plaats in de bestuursvergadering van september 2011.

bron: PVE, 27/06/11