Vleeseters zijn egoïstisch
Denken aan vlees maakt mensen minder sociaal en in diverse opzichten meer ‘hufterig'. Dat concluderen psychologen van de Radboud Universiteit Nijmegen en Tilburg Universiteit uit verschillende studies naar de psychologische betekenis van vlees. Ook blijkt dat mensen eerder vlees kiezen wanneer ze zich onzeker voelen, wellicht omdat het een gevoel van superioriteit of status geeft, veronderstellen de onderzoekers.
De Tilburgse hoogleraren Marcel Zeelenberg (economische
psychologie) en Diederik Stapel (consumentenwetenschap en decaan Tilburg
School of Social and Behavioral Sciences) en de Nijmeegse hoogleraar
Roos Vonk (sociale psychologie) onderzochten de psychologische betekenis
van vlees. "Mensen zeggen: vlees is lekker, het is gezond. Maar net als
veel andere producten heeft vlees ook een symbolische, expressieve
waarde", licht Zeelenberg toe. "Denk aan rijden in een Hummer of een
Panda. Met beide kom je er, maar een Hummer is stoerder. Net als de
Hummer is vlees slecht voor het milieu en het klimaat. Het is ook slecht
voor dieren, de derde wereld en onze eigen gezondheid. Maar mensen
kunnen flink kwaad worden als je ze dat vertelt. Ze zijn blijkbaar erg
gehecht aan hun biefstukje."
Onzekere mensen kiezen voor vlees
Dat was voer voor de drie psychologen: wellicht voedt vlees ook
belangrijke psychologische behoeften. In een serie onderzoeken werd een
deel van de deelnemers onzeker gemaakt. Dat leidde tot een grotere
voorkeur voor vlees wanneer men kon kiezen uit drie gerechten: vlees
(biefstuk), vis of vegetarisch (omelet). In de onzeker gemaakte groep
koos 60% van de deelnemers de biefstuk, in de controlegroep was dit
slechts 20%. Vonk: ‘Dit wijst erop dat mensen niet in de eerste plaats
vlees eten omdat ze het lekker of gezond vinden. Denk weer aan de
Hummer, daar rijd je niet in omdat je moet overleven in de jungle. Net
als de Hummer geeft vlees een oppepper aan je status en je ego.'
Eigen belang
In andere studies werd onderzocht wat er met mensen gebeurt als ze aan
vlees denken. Ze kregen een plaatje te zien van een sappige biefstuk,
terwijl een controlegroep een plaatje zag van een koe of een boom. "Het
denken aan vlees haalde niet bepaald het beste in mensen naar boven",
constateert Roos Vonk. De mensen die naar de biefstuk hadden gekeken
maakten egoïstischer keuzes bij een verdeelspel; ze kozen vaker voor
eigenbelang. In denkbeeldige situaties vonden ze zichzelf belangrijker
dan anderen en reageerden ze minder sociaal: bij een brand vonden ze
vaker dat zij als eerste gered moesten worden; en ze waren minder bereid
om iemand te helpen die van streek is. Ook bleek dat mensen na het
denken aan vlees zich minder verbonden voelden met anderen, minder
geliefd en eenzamer.
Vlees en ego
Roos Vonk kijkt hier niet van op: "Eerder onderzoek wees al uit dat
vleeseters meer denken in termen van dominantie en hiërarchie (wie is de
baas over wie) dan vegetariërs. Vlees eten is van oudsher ook
geassocieerd met status; vlees was vroeger veel duurder en schaarser dan
nu. Vlees eten is een manier om jezelf te verheffen boven anderen. Maar
door jezelf te verheffen, verlies je ook de verbinding met anderen.
Vlees kan blijkbaar ook die rol vervullen. Dat verklaart waarom onzekere
mensen er meer behoefte aan hebben. Het maakt ook dat mensen
hufteriger worden als ze aan vlees denken en zich eenzamer voelen."
Diederik Stapel voegt daar nog aan toe: "Het lijkt erop dat vegetariërs
en flexitariërs beter in hun vel zitten, en ze zijn ook nog socialer en
minder eenzaam."
bron: Radboud Universiteit Nijmegen

