Pluimveeslachterijen betalen niet mee aan waardevermindering
Pluimveeslachterijen willen niet meebetalen aan de waardevermindering van pluimveevlees dat salmonella Enteritidis (s.e.) of Typhimurium (s.t.) bevat. Zij moeten dat vanaf 1 december van dit jaar verhitten of vernietigen.
Dat zei Jan Odink, voorzitter van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie (Nepluvi), afgelopen donderdag op de vergadering van de sectorcommissie Pluimveevlees van het Productschap Pluimvee en Eieren, meldt Boerderij.nl.
De aanwezigheid van s.e. en s.t. in pluimveevlees is vanaf 1 december verboden in de EU. De Nederlandse pluimveevleessector overweegt om een collectief fonds op te richten om de salmonellaschade te vergoeden. 'De leden van de Nepluvi zijn niet verplicht om het met de verboden salmonella’s besmette pluimveevlees af te nemen. Wij willen dat vlees al verhitten om het waardeverlies zo beperkt mogelijk te houden. Als de verboden salmonella’s in onze producten zitten, krijgen we terugroepacties en die kosten miljoenen euro’s. In het buitenland vernietigen veel pluimveeslachterijen de producten met verboden salmonella’s daarom. Wij willen zodoende niet meebetalen aan de salmonellaschade, maar wel een bijdrage leveren aan de controles op de aanwezigheid van SE en ST op vleeskuikenbedrijven. Die moeten dan wel onafhankelijk zijn en niet door een medewerker van een slachterij of de vleeskuikenhouder uitgevoerd worden', legt Odink uit.
Bron: Boederij.nl

