'Nederland kan profiteren van Europese onderzoeksgelden'



De topsectorenaanpak biedt Nederlandse onderzoekers en ondernemers uitstekende kansen om zich te positioneren voor een flink deel van de 80 miljard euro die de Europese Commissie van 2014 tot en met 2020 voor alle lidstaten beschikbaar wil stellen voor onderzoek en innovatie.

Dat stellen minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in reactie op het bekendmaken van Horizon 2020, het belangrijkste EU-programma voor financiering van onderzoek en innovatie in Europa.

Nederlandse onderzoekers en ondernemers bevindt zich in een goede positie om de Europese investeringen in onderzoek en innovatie te benutten. Van 2007 tot en met 2010 hebben Nederlandse onderzoekers en bedrijven 1,6 miljard euro retour ontvangen uit het Europese onderzoeks- en innovatieprogramma KP7, de voorloper van Horizon 2020. Dit is een retourpercentage van 6,7%, wat beduidend meer is dan op basis van de Nederlandse bijdrage aan de EU-begroting van circa 5% mag worden verwacht. Van het geld is circa 900 miljoen euro gegaan naar toegepast onderzoek dat direct aansluit bij de aandachtsgelden van de topsectoren. Bovendien zijn toponderzoekers er goed in geslaagd Europees geld binnen te halen voor grensverleggend onderzoek.

Horizon 2020 brengt de gehele EU-financiering van onderzoek en innovatie voor het eerst onder in één programma. De middelen worden voor drie hoofddoelstellingen ingezet. Het programma zal 24,6 miljard euro inzetten voor de Europese Onderzoeksraad (ERC). Het zal eraan bijdragen het industriële leiderschap op het gebied van innovatie met een budget van 17,9 miljard euro veilig te stellen. Dit behelst tevens een belangrijke investering van 13,7 miljard euro in sleuteltechnologieën, alsmede een betere toegang tot kapitaal en steun aan het mkb.

Daarnaast zal 31,7 miljard euro worden besteed aan de aanpak van belangrijke vraagstukken verdeeld over de hoofdthema's: gezondheidszorg, demografische veranderingen en welzijn; voedselzekerheid, duurzame landbouw, marien en maritiem onderzoek en de bio-economie; veilige, schone en efficiënte energie; slim, groen en geïntegreerd vervoer; klimaatverandering, efficiënt gebruik van hulpbronnen en grondstoffen; en inclusieve, innovatieve en veilige samenlevingen.

bron: Ministerie van EL&I, Europese Commissie