|
|
||
![]() |
Wetenswaardigheden |
|
|
code: |
29095 | |
|
titel: |
Levensloopregeling in praktijk Vanaf 1 januari 2006 kunnen werknemers in Nederland deelnemen aan de levensloopregeling. Hiermee kunnen zij sparen voor een periode van onbetaald verlof. |
|
|
Wat is de levensloopregeling en hoe werkt die? Door de levensloopregeling kunnen werknemers sparen om in de nabije of verre toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. Het gespaarde geld kan worden gebruikt voor financiering van een van de onbetaalde wettelijke verlofregelingen. Daartoe behoren onder meer: . vervroegd pensioen, . zorgverlof, . verlof voor stervensbegeleiding. . ouderschapsverlof. Hoeveel mag een werknemer sparen? De werknemer kan jaarlijks maximaal 12% van het brutoloon dat in dat jaar wordt verdiend, belastingvrij sparen. In totaal mag maximaal 210% van het laatstgenoten salaris worden gespaard. Voorbeeld: Wim de Vries verdient jaarlijks bruto € 25.920,00 inclusief 8% vakantietoeslag. Hij verdient maandelijks € 2.000,00 bruto. Jaarlijks spaart hij 12% = € 3.110,40. Na twee jaar sparen heeft hij een spaarsaldo van € 6.220,80. Daarmee kan hij drie maanden onbetaald verlof financieren. Het opnemen van onbetaald verlof. De werknemer heeft doorgaans geen wettelijk recht op het opnemen van het verlof. Dat kan in veel gevallen alleen met toestemming van of in overleg met de werkgever. Er zijn echter ook verlofregelingen die de werknemer wel degelijk een wettelijk recht op het opnemen ervan geven. Het ouderschapsverlof is daar een voorbeeld van. In alle verlofregelingen zijn bepalingen opgenomen die aangeven op welke wijze en hoe lang van tevoren het verlof moet worden aangevraagd. Daarnaast wordt aangegeven of en om welke reden de werkgever bezwaar kan maken tegen het opnemen van het verlof. Wat gebeurt er met het spaarloon? De spaarloonregeling blijft bestaan. Als de levensloopregeling van kracht wordt, moeten werknemers jaarlijks kiezen aan welke regeling ze willen deelnemen. Ze mogen niet gelijktijdig in beide regelingen geld inleggen. Wie beheert het gespaarde geld? |
levensloopregeling wil onderbrengen. Voordeel is dat
de rekening gewoon kan worden aangehouden als de werknemer van baan
verandert. Hoeveel mag worden opgenomen? Het opgenomen bedrag mag niet meer zijn dan het loon dat de werknemer direct voorafgaand aan de verlofperiode per maand ontving. Een werknemer die € 1.500,00 bruto per maand verdient, mag niet meer dan maandelijks € 1.500,00 bruto opnemen voor onbetaald verlof. Daarnaast moet rekening worden gehouden met eventueel doorbetaald loon. Voorbeeld: Wim de Vries verdient € 2.000,00 bruto per maand. Hij wil gebruik maken van het zorgverlof omdat zijn echtgenote ernstig ziek is. Daarnaast blijft hij nog halve dagen werken. Wim de Vries mag € 1.000,00 bruto per maand van zijn spaartegoed opnemen. Het spaartegoed mag niet worden aangesproken om een grote uitgave te financieren, hoe noodzakelijk deze ook is voor de betrokken werknemer. Hoe kan het spaartegoed worden opgenomen? Wanneer de werknemer aan zijn werkgever heeft laten weten van een van de verlofregelingen gebruik te willen maken en betaling uit het spaartegoed gewenst is, moet de werkgever contact opnemen met de beheerder van het geld. Deze maakt het gewenste tegoed maandelijks (of 4-wekelijks) over aan de werkgever die het na inhouding van loonbelasting overmaakt aan de werknemer. Overgangsregeling oudere werknemers. Werknemers die op 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 jaar waren, kunnen versneld het maximale tegoed bij elkaar sparen. Zij mogen jaarlijks meer dan 12% van hun bruto jaarloon sparen. Voor hen geldt alleen het maximum van 210% van het laatstgenoten salaris. Voor werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren, blijft het huidige fiscale regime in stand, bijvoorbeeld de VUT-regeling. Spaartegoed en pensioen. Het spaartegoed mag worden gebruikt om eerder met pensioen te gaan. Werknemers die gebruik maken van de mogelijkheid om per 1 januari 2006 bestaande prepensioenaanspraken af te kopen, mogen dit bedrag zonder belastingheffing in de nieuwe levensloopregeling storten. Ook voor deze groep geldt dat de storting meer mag zijn dan 12% van het bruto jaarsalaris. |
|
|
||